Friday, January 18, 2013

De geboorte van mijn burgerlijke ongehoorzaamheid


Laatst reed ik na een lange koude rit op mijn toermotor door de drukke straten van de Amsterdamse Pijp tot vlakbij mijn huis. Tegenwoordig niet geheel ongewoon, door het alsmaar toenemende chaotische verkeer, is het voor mij routine geworden om overal rustig langsheen te slalommen zonder ooit vast te komen staan. En ook toen, nog een bocht verwijderd van mijn huis, zou ik mij niet tegen laten houden door een heuse opstopping van tegemoetkomend verkeer. In de straat waar de grootste supermarkt en parkeergarage van de buurt zich bevindt was men van alles aan het doen op het spaarzame wegdek, behalve zich voortbewegen.
Het was een aaneenschakeling van stilstaande hectiek. Vrachtvervoer stond midden op de weg pallets en containers uit te laden, daarachter zag ik supermarktgangers opportuun hun boodschappen in hun achterbak prakken, die op hun beurt de toegang blokkeerde tot de naastgelegen parkeergarage, wat weer tot gevolg had dat daar achter een hele stoet van aanhoudend claxonnerende automobilisten de doorgang blokkeerde van één van de drukste verkeersaders van Amsterdam. Kortom, ik was getuige van de zoveelste gezellige obstipatie en de daarbij horende kakafonie, van een o zo levendig straatbeeld waar ik als geboren Amsterdammer mijn hele leven lang al geen genoeg van kan krijgen.

Zoals eerder opgemerkt, normaal gesproken was het Amsterdamse straatverkeer geen zorg voor mij (hierom was ik immers een ontspannen tweewieler geworden), ware het niet dat de kleine doorgang recht voor mij, van nog geen twee meter breed, die nog wél beschikbaar was, strategisch in beslag werd genomen door een ter plekke arriverende politieagent.. te brommer. De gehelmde en bebaarde ordehandhaver zag mij naderen en wenkte mij vanaf zijn zadel met opgestoken handpalm om op een afstand van ongeveer dertig meter te stoppen. Nou moest ik even fronsen vanwege de logica van de goede man om wegens de obstipatie van vierwielers ook tweewielers tegen te houden, maar kon mij niet heugen mij ooit verzet te hebben tegenover een handhaver van de Amsterdamse verkeerspolitie. Dus ook die keer berustte ik keurig en gedwee met mijn vingers gekruist in mijn schoot.
In eerste instantie keek ik geamuseerd naar het tafereel wat zich ontspon. De kleine ietwat gedrongen man had zijn voertuig strategisch geparkeerd, gelijk een verdedigingslinie voor alles wat passeren wilde, en liep daarna energiek gesticulerend richting chauffeur en bijrijder van de vrachtwagen. Deze reageerden echter niet snel genoeg op hem omdat ze te druk in de weer waren om zo snel mogelijk hun paletten op de plaats van bestemming te brengen en moesten daarom alles even neerleggen, want ze moesten eerst luisteren, want ze deden het niet goed, want ze hadden een standje verdiend en aanwijzingen nodig.
Achter zijn rug om werd de wet in ruime mate overtreden doordat fietsers en masse probeerden de wegversperring te omzeilen en één vrouwspersoon daarbij klunzig de scooter aanstootten. Dit licht krassende geluid veroorzaakte een ruk van de nek en een kreet van de ordehandhaver die weliswaar niet kon voorkomen dat de vrouw met kinderzitje Oost-Indisch doof haar weg vervolgde. Het voorval kietelde enigszins mijn gemoed maar deed ook een zweem van afgunst en eerbied opwellen.
De overige fietsers hielden het voor gezien, stapte wel of niet af, en ontvluchtte de toesnellende agent via het voetpad. De nog immer gehelmde beambte bleef met lege handen achter, peinsde even, keerde wederom richting chauffeur die inmiddels met een container in zijn handen stond, om alsnog zijn verhaal af te ronden.
Ondertussen keek ik zelf nog maar eens glazig om mij heen, bestudeerde een gevel, en zei binnensmonds het alfabet achterstevoren op. Pas nadat ik het omgekeerde alfabet voor de tweede keer voltooid had, probeerde ik actief niet na te denken. Niet te denken aan de afgelopen verkiezingen, niet aan hoe het land volgepropt wordt zonder dat iemand daar wat over te zeggen heeft, niet aan hoe de natuur overal verdwijnt en/of doorkruist wordt, niet aan aannemers en wethouders die samen lepe plannen smeden, niet aan mijn acute gevoel van machteloosheid, maar vooral niet aan hoe we met z’n allen belazerd en beleerd worden.
Doordat de chauffeur en bijrijder, lichtelijk nerveus van het op de vingers gekeken worden, van alles uit hun handen lieten glippen, duurde het inladen van de nog wachtende paletten en containers veel langer dan normaal het geval geweest zou zijn. Maar uiteindelijk was dan toch het eerste obstakel, de vrachtwagen schuin naast mij, vertrokken.
De agent was zichtbaar tevreden met zijn prestaties. Hij straalde zelfverzekerdheid uit, voelde zich gesteund door de controle die hij had uitgeoefend, en keerde zich nu naar de boodschappende menigte voor de supermarkt. Die hadden zich intussen wat tijd gegund. De voorste automobilist, ondanks dat zijn tassen nog niet allemaal waren ingeladen, was zelfs bereid geweest om vijf meter door te rijden zodat de volgende zijn plekje voor de ingang van de supermarkt kon innemen, aldus nog steeds in hevige mate het verkeer blokkerend. Dat moest afgelopen zijn, sommeerde de diender. Terecht, want op de t-splitsing gold een stilstand- en parkeerverbod.

Maar hier mijn consternatie. In plaats van resoluut een einde te maken aan de wanorde en het getoeter ging de man met z’n rug naar het hamsterende volk op het zadel van z’n wegversperring zitten. Hij was in het bezit van een welvaartsbuikje en was misschien wat moe geworden van al dat drukke gecommandeer en wachtte nu zittend af totdat het volk, wat zijn Nederlands niet begreep en wat overigens niet uit de Pijp maar van elders komt om voor een hele week aan boodschappen in te slaan, klaar en verzadigd was.
Het duurde even voordat ik het plaatje registreerde. Het doorbrak namelijk mijn verwachtingspatroon. Mijn verwachting dat de overheid er is om problemen op te lossen in plaats van ze te creëren. Iets wat ik mijzelf nog steeds deed laten geloven. Ik had namelijk naast een wél functioneel optreden tegen de overtreders verwacht dat de politieagent zijn scootertje zou wegzetten op de stoep of op een vrijgekomen parkeerruimte en mij die honderd meter die mij nog restte naar mijn voordeur zou laten uitrijden.
Plotseling voelde ik mij gediscrimineerd. Dit was de druppel die de emmer van mijn burgerlijke gereserveerdheid deed overlopen. Ik seinde een keer of twee naar hem waarop ik nog een keer zijn handpalm te zien kreeg.. en geboren was de homo vehiculum superior, geboren was mijn burgerlijke ongehoorzaamheid. Met een korte draai aan de gashendel accelereerde ik vliegensvlug op hem af, om bewust het wit van zijn ogen te ontbloten, om vijf meter voor inslag beheerst tot stilstand te komen en met onvervalste Amsterdamse verontwaardiging te vragen ‘En waarom staat ú nog steeds in de weg?’ Even was het onvergetelijk stil om mij heen. Even was er dat moment van genoegdoening. Even zag ik onzekerheid en angst, een waarneembare kortsluiting in het brein van mijn kleine, dikkige, gehelmde, bebaarde Nemesis.. op zijn koddig-kleine, rood-bestreepte witte gemeente-scootertje.

Maar ach, uiteindelijk boekte ik natuurlijk weinig tijdwinst met mijn burgerlijke ongehoorzaamheid. Het gezag startte metaalachtig rochelend de scooter en trok jengelend op om walmend en naknetterend naast mij tot stilstand te komen en mijn papieren en rijbewijs te gebieden. Walkietalkie in de aanslag, boze ogen, zichtbaar ontdaan. Ik deed niet minder nurks terug en beet hem toe, ‘Mijn papieren? Tuurlijk! U bent tenslotte het gezag. Dan kan je immers doen en laten wat je wilt.’ Sneller dan het licht haalde ik mijn mapje met documenten uit mijn borstzak en sloeg het in zijn opgehouden hand, hem onderwijl boos observerend met mijn armen over elkaar geslagen. Licht geïntimideerd stapte hij van zijn wegversperring af, die hij nu midden op het wegdek achterliet, en liep naar de stoep om met behulp van zijn walkietalkie mijn gegevens op te vragen.
Zuchtend keek ik naast mij en registreerde hoe het een automobilist eindelijk gelukte om centimeter voor centimeter de scooter te omzeilen, wist te ontsnappen terwijl het gezag nog immer met mij bezig was.
Maar ook ik was nog lang niet klaar met het gezag. Ik vroeg mij af waar mijn rebellie zo plotseling vandaan kwam. Realiseerde ik me opeens dat dat kwam omdat mijn stad mij stelselmatig is afgenomen, door een sociaal experiment verziekt werd? Door commerciële evenementen voor iedereen behalve de Amsterdammer zelf geheel uit balans is? Verstikt wordt door een steeds grotere hoeveelheid lelijkheid, drukte en fijnstof? Onherkenbaar is geworden, door de steeds schaarsere cultuur van ruimdenkendheid en alternatieve geesten? Verruild met mensen op de trap die na tien jaar nog steeds geen Nederlands spreken? En meende ik dat het gezag daarvoor verantwoordelijk was? Deze falende politieagent de schuld- zo niet een product was van dat decennialange beleid? Ja, want datzelfde gezag moest nu, om haar grootschalige falen te kunnen blijven ontkennen, met alle mogelijke middelen proberen haar gelijk door te drammen.
Tussen veel gepiep en gekraak door hoorde ik dat de agent eindelijk het oordeel over mij te horen kreeg. Ik kon niet alles opvangen maar vernam dat hij via de damesstem aan de andere kant over de afgelopen vijf jaar alleen een paar lichte snelheidsovertredingen kon opspitten..  die allemaal keurig betaald waren. Dat maakte mij uiteraard veel braver dan ik in werkelijkheid was. Ik glunderde uitbundig naar hem, waarop hij onzeker wegkeek. Na zijn doorvragen klonk de damesstem meer en meer plichtmatig beleefd. Werd hem duidelijk gemaakt dat de centrale lastig werd gevallen met een modelburger? Hij kon nog een detail over mij uit de dame persen, iets wat ik niet verstond, maar ook daar ging zijn gezicht niet vrolijker van staan. Nee, er viel werkelijk niets te halen, en elders waren er roofovervallen aan de gang. De verbinding werd verbroken. Hij schreef nog iets van importantie op in zijn boekje en gaf daarna zichtbaar teleurgesteld mijn papieren terug met de norse woorden ‘Iedereen denkt alleen maar ikke, ikke, ikke. Iedereen heeft altijd maar haast.’ Waarop ik terug blafte: ‘Vindt u het gek. Door u krijgt iedereen last van haast.’

Thursday, June 23, 2011

Introductie: 'Niemandsland zonder Grenzen'

Bij deze introduceer ik, Lucebert de Mooij, de inleiding van mijn existentiële roman in wording (met werktitel) ‘Niemandsland zonder Grenzen’. Ik hoop door het thema, de stijl en inhoud van het ‘manuscript’ uw interesse te wekken.


Het manuscript in het kort: 

Thema: een gesitueerde handelaar in iconen heeft een turbulent verleden. Hij is ervan overtuigd dat hij naadloos gereïncarneerd is. Tijdens en na zijn transfer naar een nieuw leven heeft hij onbedoeld telepathisch contact kunnen maken met de zogenaamde Boekhouding waardoor hij in staat was hun gesprekken af te luisteren. In zijn huidige leven zwerft hij over de straten van Amsterdam met als doel zich dood te drinken om vervolgens de Boekhouding, inclusief het Opperwezen, te beschuldigen van onverschilligheid ten opzichte van hem én de mensheid.. of is de man paranoïde schizofreen? 


Stijl: het vertelperspectief is die van de ‘monoloque intérieur’, afgewisseld door regressiewanen / bespiegelingen van de ‘ik-verteller’ en dialogen. Dialogen tussen de hoofdpersoon en mensen uit zijn omgeving én met en tussen de Boekhouders.

Inhoud: het verhaal laveert tussen het heden en het verleden van de hoofdpersoon, incluis zijn vorige leven. Zijn heden en verleden spelen zich af rondom het centrum van Amsterdam, respectievelijk in de jaren zestig en negentig van de vorige eeuw. Zijn vorige leven speelt zich af in een oorlogsgebied aan de rivier de Somme in Frankrijk ten tijde van de eerste wereldoorlog. Ik gun u veel leesplezier..


Centrum Universalis - 1915 

-'Pardon meneer, wat staat hier.. bij doodsoorzaak?'

-'Mortierinslag?'

-'Juist. Uitstekend... nou zie ik dat u niet alles heeft ingevuld. Uw naam bijvoorbeeld. Hoe heet u?'

-'Weet ik niet.'

-'U heeft geen naam gekregen?!'

-'Nee, alleen een nummer.'

-'Aha... Del Canto, waar u ook bent en wanneer u maar kunt, afstemmen graag. Heb hier een vastloper.'

-‘Laten we verder gaan.. eh.. Uw vader, meneer. Wie was uw vader?'

-'Weet ik niet.'

-'..uw moeder?'

-'Weet ik niet.'

-'Juist ja, uitstekend... Een moment graag... Siffus? U seinde iets? Ja.. inderdaad.. dit zou de zoveelste reden zijn voor het opheffen van het existentiebeheer.. ja.. ja.. scheelt enorm in nieuwe aanvragen afhandelen.. ja.. zeker.. om nog maar niet te spreken over die huidige loopgraafcalamiteiten.. en ja, straks aansluitend de Russische revolutie.. ja, dank u voor.. nee ik was de Spaanse griep niet vergeten.. fijn dankuwel.. ja.. moet nu echt verder, Siffus, mijn dank voor deze overdracht.’

-‘Meneer.. leeftijd en nationaliteit alstublieft.'

-'Weet ik niet.'

-'Ah, geweldig.. uitstekend.. maakt u zich vooral geen zorgen. Niet dat u ergens naar toe kunt, maar U heeft nog wel even hoop ik? Als u daar even plaats wilt nemen.’

-‘Del Canto? ..hier Saphiro.. kunt u even afstemmen.’

-‘Met Del Canto. Wat heeft u voor mij.'

-‘Een probleemgeval. Geen anamnese mogelijk. Vermoed vastloper. Uw visie graag. De enige inzage is meneer’s irismodulatie. De rest van zijn dossier is uh.. geblokkeerd.'

-'Hmmm, alleen een irismodulatie.. verdacht. Met alleen de standaard InVivoConverter-terminals die u gebruikt, heeft het geen zin om de anamnese voort te zetten. Saphiro, bent u hiervoor verantwoordelijk? '

-'Nee, niet alleen. Daarom deze synergie, ik zat te denken.. ik weet niet of u misschien uh..

-‘Vooruit Saphiro, of ik wat..?’

-‘..of u misschien in de Kosmic Hominoid Database zou kunnen.. uh.. inbreken. Het Opperwezen verkeert om deze tijd voorlopig toch nog in een.. uh.. kennelijke staat.'

-'Mmmm, zeer gewaagd Saphiro. U wilt dus dat ik in KHOD ga inbreken... dat staat gelijk aan insubordinatie, wist u dat..?’

-‘Del Canto, excuus. Ziet u het als een suggestie. Weet u verzekerd van mijn geheimhouding. Net als dat ik niet snel grote inschattingsfouten uit het verleden, waar u persoonlijk voor verantwoordelijk bent geweest, zal doorgeven aan de Millenniumraad. Ziet u het liever als een dringende suggestie..’

-‘Duidelijk, Saphiro, begrepen. Inbreken in de KHOD als dringende suggestie. Waarom ook niet. Niet de grootste misstap die we ooit begaan hebben met het genus Homo sapiens. De naam alleen al, die we die primaten gegeven hebben, is op zich al de grootste en meest lachwekkende.

-‘Toegegeven Del Canto. Wie heeft ze ooit hersenen gegeven?’

-‘Goed, het openbreken van de KHOD. Weliswaar op uw verantwoording, Saphiro, deze golven worden opgeslagen. Ik ga af op uw intuïtie. Eerst alstublieft de ijking van de kleurkaleidoscopie en diafragma.. Mmm, typisch geval van ontspoord ideologisch materiaal.. geen toegang tot de programmering.. én oorsprong gewist.. beide vermeld als vertrouwelijk.. denk dat we allebei weten wat dit betekent.'

-'U bedoelt een ingreep van hogerhand.. het Opperwezen zelf?'

-'Wie anders?'

-'Is er inductie mogelijk?'

-'Ik zou natuurlijk kunnen kijken tot hoever we terug kunnen gaan in meneer zijn levenscyclus als we zijn secundaire files ophalen, die weer terugplotten naar zijn Cruciale Keuzemomenten.. komt altijd wel wat bovendrijven.'

-'Juist ja.. uitstekend. Niet dat ik u niet vertrouw, maar wat denkt u, Del Canto.. is het traceerbaar voor het Opperwezen?'

-'Uitsluiten kan ik niets. Moment even.. krijg hier een uitdraai van het primaire overzicht.. hmmm, weer zo’n typisch ingewikkeld geval, zowel tragisch als vulgair. Z’n hele levensverhaal begint bij een stukgelopen liefdesrelatie.. kijk hier.. hier meteen al de ingreep van het Opperwezen! ..de grote vraag is: waarom? Mag het niet hardop zeggen, Saphiro, maar het is broddelwerk.. de onzekere hand van het Opperwezen.. sindsdien geen behoorlijke transmissie meer mogelijk.. meneer raakt totaal ontregeld door inductie van een liefdes-trauma.. wordt alleen maar erger.. zie hier, een heel arsenaal van escapismes om zijn minderwaardigheidscomplexen te compenseren.. meneer wordt uiteindelijk megalomanisch.. ben benieuwd of het College van de Fortunacommissie iets gedaan heeft om meneer te helpen. Vaak weten ze daar alleen maar van grof bijsturen.. oeps, daar heb je het al.. er is besloten tot een commotio cerebri. Jaja, en niks geen lichte hersenschudding of iets dergelijks hoor, een schedelfractuur maar liefst.. wat een geknoei.. met als onmiddellijk resultaat, hou je vast Saphiro, algehele neuronale kortsluiting.. gevolgen op de lange termijn.. doorgang naar de Zwarte Gaten geblokkeerd.. wegens psychoneuronale blokkades. We kunnen dus, zonder iets te forceren, niks herschrijven. Gevaarlijk Saphiro, meneer kan hierdoor een sneeuwbaleffect creëren. Ik trek hier verder mijn handen vanaf.'

-'Del Canto.. dit is een ramp.. de werkdruk is al zo groot!'

-'Genoteerd Saphiro, maar gedane zaken nemen geen keer, zelfs voor u niet. Beheers u. Nu alstublieft niet in paniek raken.. daar is geen reden toe.. nog niet althans.. misschien is er nog meer te traceren, zoals.. energieoverdracht met een dubbel X..'

-'Energieoverdracht.. met wie?'

-'Ene Catherine Scolaire.. een dubbel X met het oudste beroep nota bene.. wel een vakvrouw.'

-'Staat hier.. mét spermatozoönoverdracht? En.. meneer was nog maagd?'

-'Exact.. was zijn eerste energieoverdracht.. én zijn eerste zaaduitwisseling.. met een kleine ingreep wordt het nu ook haar eerste beroepsrisico.'

-'Wat doet u? Wat heeft u gedaan Del Canto? Heeft u haar.. geënt!?'

-Scherp opgemerkt, Saphiro. Eén minder voor u om weg te werken.. 't wordt een meisje. Niemand die het hoeft te weten.'

-'Pardon heren, u bent Del Canto van de nieuwe lichting, hè.. hier moet ik toch echt interfereren, moet u daar niet eerst toestemming voor vragen bij het Opperwezen.. en Saphiro, laat u dat zo maar toe?'

-'Aha, ik voelde al dat er iemand op onze resonantiegolf zat. Merkte jij niets Saphiro?

-'De gehele tijd al, Del Canto. Het is Siffus, weggepromoveerd naar het Korte Termijn Karma comité..

-‘Ah, heb over hem gehoord. Probeert zich tegenwoordig op te werken bij de divisie Comptabiliteit..’

-‘Laat u mij maar even, Del Canto. Zeg beste Siffus, is het niet efficiënter om u met belangrijkere zaken bezig te houden dan het reglement op te dreunen. U weet toch ook wat voor crisissituatie we hier nu hebben. Wij kunnen het aanbod amper aan en bovendien is er, zoals u even eerder zelf aanstipte, een hele drukke eeuw voorspeld Als u nu ook nog even dwars gaat liggen.. begrijpt u wel? Zou nu graag mijn werk willen doen, Siffus. Fijn, dankuwel.. laten we verder gaan, Del Canto. Waar waren we?'

-'Bij de energieoverdracht met die prostituee. Meneer is zeer hardleers.. wordt wéér verliefd.. kort na de energieoverdracht mutilatie van het voortplantingsorgaan.. een ongelukkig randomisatie-geval, geen lotsturing, niet onze schuld, puur toeval.. wordt begrijpelijkerwijs niet zo goed ontvangen, meneer pikt het niet langer.. wat begint met een etherische wens wordt al snel gevolgd door ontkenning van de materie, zelfverloochening, alcoholmisbruik en rebellie tegen alles en iedereen.. ook het Opperwezen wordt niet gespaard.. wegens de tijd vlieg ik er nu snel doorheen, we hebben hetzelfde al zo vaak gezien.. uiteindelijk blijft over.. oorsprongszucht en de Baarmoederwens. Er zijn bij meneer grove fouten gemaakt, Saphiro. Meneer staat duidelijk met zijn neus in de verkeerde richting. Zouden we toch niet beter het Opperwe..'

-'Alstublieft niet, Del Canto. Laat de Opper er buiten. Wees realistisch. Wie krijgt hem scherp genoeg nu hij worstelt met zijn identiteitscrisis..'

-Begrepen. Niet realistisch. Het Opperwezen heeft tegenwoordig om deze tijd standaard een kater.. én niet te vergeten, een ochtendhumeur.'

-'..dit eist eigen initiatief, Del Canto. We blijven rustig.. gaan vanaf nu omzichtig te werk en nemen geen enkel risico meer. Dit geval kan zijn nawerking hebben op de gehele structuur hier, het Opperwezen inbegrepen. Bovendien, u moet er toch niet aan denken om opnieuw stage te moeten lopen daar beneden, nietwaar?'

-'Begrepen, Saphiro. Om u enigermate gerust te stellen, heb geen overdreven loyaliteit naar het Opperwezen.. kan ook niet zeggen dat hij z’n functie goed uitvoert, inspireert en hart voor de zaak heeft. Maar uit ervaring gesproken, wat krijgen u en ik er voor terug als hij uiteindelijk van het toneel verdwijnt?'

-'Precies Del Canto, dus..?'

-'Geen tijd om de oorsprongscode te kraken en te herprogrammeren met die grootschalige animositeit tussen het Duitse volk en die zogenaamde geallieerden de laatste tijd..'

-'Dus!?'

-'Om u nog geruster te stellen, Saphiro.. dus, bij grote uitzondering, de Noodprocedure. In dit soort gevallen kunnen we het best met behulp van meneer’s algoritme zijn initiëring vooruitschuiven naar rustigere tijden en dan eventueel meneer termineren.. of repareren.'

-'Zeg Del Canto, voel jij dat nou ook.. volgens mij zit er nog steeds iemand op onze golf.. en deze keer is het niet Siffus.. laat me even fijnstemmen.. het is.. het is meneer zelf! Meneer, u laat ons schrikken. Bent u hier al lang? Heeft u meegeluisterd? Hoe is dit mogelijk Del Canto.. snel.. een uitdraai van zijn cerebrale activiteit graag.'

-'Saphiro... dit heb ik ook nog nooit meegemaakt.. meneer kan telebreren.. hoe is dit mogelijk? Hij heeft de gehele tijd op onze golflengte gezeten. Wat nu?'

-'Uh.. zo snel mogelijk initiëren.. had u al een baarmoeder gevonden?'

-'Nog niet.. bereid u meneer vast voor.. dan resoneer ik snel door het Uterus-register voor iets passends... zeg Saphiro, ik weet niet zeker of deze keuze..'

-'Weet u iets beters op korte termijn? Wat mij betreft zo snel mogelijk vooruitschuiven.'

-'Goed dan. Nou, het spijt ons meneer, maar daar gaat u weer, bona fortuna...'


Amsterdam - 1996 

..ondanks dat ik rusteloos rond zwalk remt het ritme van mijn voetstappen de wirwar van stemmen en beelden.. heb ik vat op de gesprekken met mezelf in mijn hoofd, hou ik ze kort, strak en gedisciplineerd.. iets wat me thuis tussen die vier muren niet meer lukt.. merk dat ik zelfs niet lang meer in een bus of trein kan zitten. Had nooit gedacht dat ik ooit nog een natuurlijke behoefte aan urenlang wandelen zou ontwikkelen, een soort van permanente afleiding ambieer.. net zolang tot ik er bij neerval.. kan me dan eindelijk permitteren, zonder risico’s op hersenspinsels die ik niet meer in de hand heb, moe maar gerust even een pauze nemen.. Gelukkig val ik niet al te veel op in het straatbeeld.. denk dat ik met mijn maatkostuum, leren overjas en reistas, een beetje weg heb van een postmoderne vertegenwoordiger te voet.. moet voor de buitenwacht lijken alsof ik al dagenlang tevergeefs op zoek ben naar accommodatie.. ik elke dag in alle kroegen informeer of er ergens een kamer vrij is.. vermoed dat mijn collega-daklozen me voor gek zouden verklaren als ze zouden weten dat een grachtenpandeigenaar liever op straat zwerft dan.. kan terecht de elite genoemd worden van de zwervende gemeenschap, ik zwerf eenzaam aan de top.. ben volgens mij de eerste Mokumse clochard met een creditcard. Misschien met een ietwat afwijkend, misschien met een relatief aangenaam ritueel, maar wel één met een strak regime, uitgevoerd met ijzeren discipline..



..het is alsof dagen en nachten steeds meer op elkaar beginnen te lijken.. zoals een op hol geslagen circadiaans ritme.. geen ritme is ook een ritme.. ’s morgens vroeg bijna altijd koffiekroeg ‘t Daklicht.. de enige die om zes uur opengaat.. daar heb je tenminste naast je koffie een breed assortiment gedistilleerd.. een strak regime.. koffie met sigaret.. en koffie met cognac.. en om de grijze massa bezig te houden, de kranten en nog meer cognac.. maximaal tot een uur of tien, niet langer.. dan, na het dagelijkse bezoekje aan de slijter, moet ik toch echt weer mijn ronde maken, door de stad dolen, mezelf wijden aan de geforceerde mars.. ’s middags af en toe op visite bij wat kunstaangelegenheden.. pure beroepsdeformatie en onder strikte voorwaarde dat de kust veilig is, ik niet de bekende smoelen zie.. de antiquariaten, de galerietjes, de veiling.. pas achter in de middag, als ik begin te zwalken en moe genoeg ben, mag ik een douchestop nemen, een zwembad of de dichtst bijzijnde sauna.. een schoon overhemd, sokken en ondergoed, vers gekocht een dag van te voren.. als je naar de klote gaat, ga dan stijlvol.. soms moet er iets gegeten worden, tegen pijn in de maag.. ‘s avonds.. ’s avonds de kroegen, in steeds kleinere cirkelbewegingen rond het centrum van de stad.. mag ik doen waar ik zin in heb.. de whiskywalhalla’s, de kunst- en litteraire kroegen, naarmate het later wordt eigenlijk steeds meer wat open is, in de buurt is of op mijn pad is.. pas in de nachtelijke uren mag ik naar de rosse roos van deze stad, betaal de liefde.. en dan is het vaak al weer ’s morgens vroeg.. een mooi strak uitgevoerd ritueel.. hoop alleen niet voor lang meer.. voor hooguit nog een paar dagen..

Eigenlijk pas sinds kort realiseer ik dat ik sommige straten en wijken van deze stad voor het eerst lijk te zien en beleven, ik me aan de ene kant een toerist voel.. vooral op de Zeedijk en de Wallen, ondanks dat ik er in zekere mate geboren en getogen ben.. voel ik me net een banneling op verboden terrein, net alsof ik mijn afkomst heb verloochend door dat beschaafde accent, door mijn ogenschijnlijk keurige manieren.. de manieren van een door het rijk gesubsidieerd kindprofessoortje.. mijn moeder, een engel van lichte zeden.. mijn zogenaamde oom een.. een gelegenheidspooier.. aan de andere kant komt die vervreemding juist doordat ik niks kan vergeten en de wereld, deze stad, meedogenloos met de tijd meegaat.. omdat ik sinds kort voor het eerst niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk stil sta op de straten van Amsterdam.. omdat ik een afvallige ben geworden die het ritme van de stad verstoort, dringt het nu pas tot me door dat de buitenkant van muren kouder aanvoelt als je je hele leven aan de verwarmde binnenkant gezeten hebt...

...nu al weer schemer. Hoe laat zou het zijn? Hoe lang zit ik hier? ..vreemd ..de eerste keer sinds dagen dat ik me afvraag hoe laat het is.. Tijd.. tijd komt pas echt in beweging bij de reizen die je maakt, de routes die je uitstippelt, de keuzes die je maakt, de ervaringen die je opdoet.. in dat licht, kan ik zeggen dat de tijd voor mij minder heeft stil gestaan dan voor menig ander, weet als geen ander wat je als mens voor zonderlinge reizen kunt maken.. reizen voorbij het aardse bestaan met zijn obscure tussenhaltes.. reizen zonder eindbestemming, reizen die je nergens kunt boeken en toch ligt je ticket al klaar.. doe je niets aan.. waar het op aankomt is dat je goed voorbereid bent voordat je aan een reis begint, is de helft van de winst.. en goed voorbereid, dat ben ik, volgens mij was mijn vaste slijter vanmorgen weer extra blij me te zien, die weet inmiddels van mijn gerijpte smaak, weet precies wat hij wel en niet aan moet prijzen.. geen synthetische eau de cologne-drankjes of.. of van die opdringerige melassedrankjes.. mijn reisgenoten zijn oude gerijpte spiritualiën.. zij zijn net als oude vrienden, ze geven je je roes als je er een nodig hebt en verdwijnen meestal gewoon weer zonder even later op de deur te bonken.. heb er de laatste tijd een goede gewoonte van gemaakt om arm in arm te lopen met mijn oude reismakkers.. en wanneer ik goed doordrink krijg ik vanzelf mijn volgende ticket.. benieuwd wat de consequenties worden van mijn zelfgeorganiseerde getrapte uitstapje.. hoop in ieder geval dat de feestcommissie van hierboven het niet weer inleidt met een groot vuurwerk...



..zonder die veilige illusie van de dagelijkse sleur, al is het maar voor dat ene moment dat het je lukt om de ruis van de dagelijkse sleur uit te bannen, zonder gevangen te zijn in die voorgeprogrammeerde illusie stuit je al gauw op de kern, op de lege huls van het bestaan. Normaliter krijg je je leven uitgedeeld, met een naam.. en daar moet je het mee doen, geen verdere gebruiksaanwijzing, geen garanties, geen inruilmogelijkheid, sommige deurtjes gaan na veel inspanning op een kier, andere lijken eeuwig gesloten te blijven.. en aan het eind van de rit zit iedereen nog steeds in spanning op wat komen gaat.. iedereen, behalve ik.. ik weet maar al te goed wat komen gaat en voor de zekerheid wordt het elke dag nog even herhaald in mijn hoofd, mocht ik iets vergeten.. mijn levens lijken op dagen, vandaag lijkt op gisteren en gisteren gaat naadloos over in morgen.. nooit wanneer ik het wil.. nee, altijd tijdens onbewaakte ogenblikken, steeds zie ik weer dezelfde beelden, hoor ik dezelfde geluiden en stemmen, hele gesprekken die ik zo kan souffleren.. en tegelijkertijd vraag ik me nog steeds af of alles wel daadwerkelijk gebeurd, of ik niet met een bizarre geboorteafwijking opgescheept zit.. ben je niet altijd de enige die zelf niet door heeft dat je malende bent? Daar heb ik genoeg gekken voor gezien.. maar misschien wil ik wel denken dat ik krankjorum ben, dat zou me een stuk minder gek maken.. herinner me nog dat geval van die drie Jezussen in dezelfde inrichting, probeerden elkaar met woord en daad te overtuigen wie de ware Messias echt was.. moesten op een gegeven moment uit elkaar gerukt worden.. blijft me bezig houden, waarom ik steeds, tegen mijn wil, steeds weer diezelfde film beleef.. het afschrikwekkende van die mathematische precisie.. krijg soms het gevoel dat ik alles wat gebeurd is nog net zo goed kan herinneren als m‘n ontbijt... goed, Nomen est Omen, mensen krijgen een naam als ze geboren worden en dat zou een voorteken kunnen zijn.. maar een naam zegt in weze niets over wie je nou eigenlijk bent, of beter, wat je bent.. of misschien moet ik juist zeggen, wie of wat je bent geweest.. of wat je nog moet worden.. Persoonlijk? Geen Jezus in ieder geval.. iets wat ik bijna zeker weet.. daar zijn er al teveel van...



..‘t heeft bijna iets hypnotiserend, iets vervreemdend, een vlucht uit de werkelijkheid.. uitkijken, in beschonken toestand, op een straat vanuit een diep portiek.. geluiden klinken hol.. galmen.. als de volumeknop van een geluidsversterker die hard en zacht wordt gezet.. voorbij flitsende brommers, auto‘s, tramlijn 10 en 6, een enkele stroboscopische voetganger, alles komt even zo snel tevoorschijn in het straatlicht als dat het verdwijnt in de nacht, niets wat ook maar meer dan een vluchtige indruk achterlaat.. de tijd die voorbij glijdt als in een trance.. trancedentale golfbewegingen.. een wegstervende echo in m’n hoofd.. Eindelijk, nu is alles donker en doodstil.. de Tao van de Zeeburgerdijk...

..werkelijk prachtig, het is hem echt, het is de grote dirigent Haig.. eindelijk kan ik hem bewonderen.. en dat vanuit mijn bomtrechter.. wat een grandeur zoals ie daar vlak boven het aardse zweeft in militaire rijbroek en glimmende laarzen, hoog boven de manschappen, bâton in zijn rechterhand.. en wat een maestro, wat een techniek, bij alle kokette wipjes met het puntje van zijn stokje volgen de snerpende knallen van kartetsen, met een gebalde vuist voor de borst zet hij het doffe klappen van lichte mortieren in, ingeleid door krachtig gekromde knieën gevolgd door het lage dreigende zwaaien met zijn baton volgt een crescendo van bassige dreunen van zware houwitsers.. werkelijk, geheel en al overgave die Haig.. met het schuim in z’n mondhoeken.. kijk nou! ..daar zweeft ook Oberbefehlshaber Hindenburg aan de andere kant van het niemandsland.. in vol ornaat, compleet met gevederde punthelm.. o nee, zeker niet de mindere van Haig hoor, eerder nog indrukwekkender, Hindenburg lijkt meer discipline in zijn spel te hebben, is een dirigent met overtuiging, met misschien net wat meer harmonie.. wel jammer, ze zien elkaar niet eens, zo gaan ze er in op, moet misschien even beider aandacht trekken... allejesus, komt nauwelijks geluid uit m’n keel, en schreeuw toch uit alle macht, kan maar niet boven dat kanongebulder uitkomen.. moet in het midden van het niemandsland gaan staan, wel eventjes oppassen voor de mijnen.. zwaai m’n armen zowat uit de kom.. ha, eindelijk, ze zien me, daar komen ze.. probeer met alle macht te wijzen.. en ja hoor, ze krijgen elkaar in de gaten.. wegwezen nu.. Oelala, dat gaat meteen op de vuist, met rollende ogen.. pas op je snor Haig, die giftige Hindenburg trekt hem er zowat af.. oeioeioei, daar moet ie ook nog een knietje incasseren.. Achtung Hindenburg! ..nee, te laat.. had misschien wat eerder kunnen waarschuwen voor dat verraderlijke stokje van Haig.. dwars door zijn monocle.. en een terriër hoor, die Haig, zoals hij zich vastbijt in Hindenburg’s hand.. nee, die laat niet meer los.. nu wordt het oppassen, de hele generale staf gaat zich er nu mee bemoeien.. gelukkig zit ik op veilige afstand, in m’n loopgraaf.. dacht dat ik alles al had meegemaakt, maar nu gaat het er pas echt pittig aan toe, alles wordt ingezet, het gehele wapenarsenaal.. goh, wat zijn ze creatief, wat een rookontwikkeling.. en wat een verblindend vuurwerk.. Oeps, kon nog net op tijd bukken, rondvliegende ledematen.. wel een sfeertje hoor, aan beide kanten aanmoedigingen van de manschappen.. er wordt uit volle borst gezongen, dwars door elkaar heen.. wat was dat? ..een explosie met een gigantische lichtflits, zie niets meer.. oorverdovend applaus, moet m’n handen op m’n oren persen.. godzijdank, dat helpt, eindelijk is het stil.. voorzichtig even kijken over de rand, bijna niets te zien, wat kruitdampen en mistflarden.. niks beweegt, zie een nieuwe krater, midden op het niemandsland, met daarin een dampende berg vlees.. wat een stank.. misselijk, moet kotsen.. glij uit, geen houvast, val naar beneden, dieper en dieper, alles wordt zwart.. hoe lang moet ik nog vallen, komt niet aan alles een eind? ..au, m’n rug raakt iets.. waar ben ik op terechtgekomen.. lijkt op een plank.. nee, het is een kist.. o god nee.. zie een kruis in het deksel! ..zie iets bewegen.. soldaten, wat.. wat doen ze? ..ze scheppen aarde op m’n ki.. zand in m’n ogen.. krijg geen lucht, die deksel moet open.. geen kracht.. kan me niet bewegen.. waarom hoort niemand me schreeuwen.. alles donker, zie niets meer.. getik, wat is dat voor getik?.. er klopt iemand op mijn kist.. wordt gek van dat geklop.. ‘Stretcherbearer! Hey you stretcherbearer, no time to lie low..’, de stem van mijn N.C.O., sergeant Stratham, dat kan niet,die is.. dood.. ‘Please clear up that mess will you. Carry on now, squaddie.. on the double..’

-‘Ik doe alles, maar in godsnaam hou op met dat kloppen..’

..zand in m’n ogen.. krijg m’n ogen niet open.. probeer ze uit alle macht wijd open te sperren.. het moet.. het moet..

-‘I’ll do anything, Sir. Anything! But please.. ..please get me out of here!’

..huh? ..Wa.. waar.. waar ben ik? ..een stenen trap.. een portiek? ..oh goddank, de Zeeburgerdijk.. hoor nog steeds dat getik.. waar komt in godsnaam dat geklop vandaan? Achter me, vanuit een luikje in de deur.. o nee, een oud mens.. een knotje.. met een heel verhaal.. niet te volgen..

-‘Pardon mevrouw.. eh.. kan ik iets voor u doen?’

..au au au, wat kan dat mens blèren, straks blijft ze er nog in..

-‘Ja mevrouw, natuurlijk.. ben het geheel met u eens, het is laat, het is al donker.. waarom ik nog steeds een zonnebril op heb?‘

..hoe moet ik mijzelf uitleggen aan haar, van de ene nachtmerrie in de hare..

-‘Wat zegt U? ..kan daarom niet zien dat ik in uw portiek zit?‘

..ben drijfnat gezweet.. hou ik dit vol.. moet mijn doel doorzetten, maar hoe lang nog.. misschien zou ik iets snellers moeten bedenken.. de fles lijkt alleen maar uitstel te geven ..let op je ademhaling, rustig, rustig, blijf kalm, niets duurt eeuwig, geen enkele marteling, alles kent een einde.. je moet nog even doorzetten.. je bent net begonnen..

-‘Pardon, u zei...? Nee hoor, excuus.. was net van plan om maar weer eens door te lopen... ja mevrouw, natuurlijk mevrouw.. uiteraard, zeker, u heeft gelijk.. om ergens anders te gaan schreeuwen.‘

..dank aan de goden voor de zonnebril, ze heeft groot gelijk, maar zelfs Medusa zou verstenen bij die zo’n oud verzuurd gezicht.. god O god, stramme spieren.. ontwaken met de ziekte van Parkinson is geen sinecure, heb niet meteen controle over de benenwagen.. moet weg voordat ze straks de sterke arm belt.. eerst even bijtanken om de inwendige mens op gang te krijgen.. bah, miezerig waterkoud weer.. oeps, moet in cadans blijven, concentreren met een vizier op scherp.. tel de treden, tel mijn zegeningen.. tel de seconden van verwensingen uit dat tuttige luikje.. ze is nog steeds bang dat ik haar uitzicht blijf vervuilen.. kan het niet helpen, moet gewoon nog even zwaaien..

-‘Jazeker mevrouw, deze vulgaire meneer zet midden in uw portiek, op uw stoep.. in uw straat een fles aan z’n mond. Adieu.